Oosterse Kakkerlak (Blatella Orientalis L.)

Uiterlijk en Leefwijze:

Mannetje met donkere roodbruine voorvleugels, die het achterlijf voor 1/4 onbedekt laten.
Vrouwtje met korte, rudimentaire voorvleugels. Achtervleugels ontbreken. Lengte 19-25 mm.

Voorkomen:

In Europa komt deze exoot uit Zuidwest-Azië uitsluitend in gebouwen voor. Vroeger overal vrij algemeen, nu door bestrijdingsmaatregelen en verbeteringen in de hygiëne van het huishouden tamelijk zeldzaam geworden. Vooral in oude gebouwen, ziekenhuizen, bejaardentehuizen, kelders, souterrains en opslagruimten te vinden. Ze verspreiden een onaangename geur die ook door levensmiddelen wordt opgenomen; de geur wordt veroorzaakt door het uitscheidingsproduct van de rugklier. Een volwassen oosterse kakkerlak kan 2,5 cm groot worden.

Levenswijze:

De bakkerstor is een lichtschuwe soort die zich overdag verborgen houdt en in de vroege avond actief wordt tot in de nanacht. Hij voedt zich met vers keukenafval en met voedselvoorraden. Er wordt vaak beweerd dat deze kakkerlakken ziekten kunnen overbrengen, maar daarvoor ontbreekt nog ieder bewijs. Het vrouwtje produceert een aantal eipakketten die ze een paar dagen met zich meedraagt aan haar achterlijf en dan in een hoekje of gaatje afzet en met haar mond vastplakt. In een pakket zitten 12 tot 16 eieren. De nimfen komen na 7 tot 8 weken uit en zijn na ongeveer 6 tot 8 maanden volwassen.

Ontwikkeling:

De ontwikkeling van deze kakkerlak kan afhankelijk van de temperatuur wel 4 jaar duren.

Bestrijding:

Ook bij deze kakkerlakkensoort is een inventarisatie vooraf noodzakelijk voordat er aan de uiteindelijke bestrijding begonnen wordt. Na de bestrijdingsactie vindt er na ca. 6 tot 8 weken een nacontrole plaats waaruit wordt afgeleid De uitvoering van de bestrijding dient door ter zake deskundigen te geschieden. De bestrijding wordt in de meeste gevallen uitgevoerd door plaatselijke behandeling van alle mogelijke schuilplaatsen en de omgeving ervan met een grove druppel van een doelmatig en toegelaten insecticide met als actieve stof bij voorkeur deltamethrin, permethrin of cyfluthrin. Deze actieve stoffen behoren tot de toxicologische groep synthetische pyrethroiden. De spuitvloeistof heeft een zeer geringe acute giftigheid, terwijl de afdamping van het middel 1-2 uur na toepassing vrijwel nihil is.
Bij de bestrijding van oosterse kakkerlakken dient men vooral aandacht te besteden aan kruipruimten. Indien deze moeilijk toegankelijk zijn, kan men deze (als laatste) behandelen met een middel toegelaten voor ruimtebehandeling (nevelen) op basis van synthetische pyrethroiden of gel.

De teksten en de foto's op deze website mogen niet worden vermenigvuldigd of openbaar gemaakt door middel van druk, microfilm, fotokopie, plaatsing van teksten en of afbeeldingen op andere websites of op welke wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de auteurs/makers. Neem voor vragen rondom copyright contact op met Vink Ongediertepreventie of met de webmaster.