Veldmuis (Microtus arvalis Pallas)

De veldmuis komt in heel Nederland voor en vnl. in weide- en grasland gebieden. Muizenplagen in zgn. “veldmuisjaren” komen om de 3-6 jaar zeer plaatselijk voor. Deze grote aantallen veldmuizen verdwijnen plotseling door een massale sterfte.

Uiterlijk en ontwikkeling:

  • De rug is bruin tot grijsbruin, soms kleurvarianten van donkerbruin mogelijk, buik is lichtbruin.
  • Plompe bouw met stompe snuit, in de vacht verborgen oren en ogen, maakt een kortharige en gladde indruk.
  • Volwassen: lengte 9,5-12 cm.
  • Staartje is veel korter dan het lichaam (ca. 1/3 lichaamslengte). Lengte staart is 3-4,5 cm.
  • Pasgeboren zijn ze kaal en blind.
  • De wijfjes hebben gem. 5-6 worpen per jaar met een nestgrootte van gem. 5-6 jongen
  • De draagtijd is 3 weken, de zoogperiode is onbekend. Vermoedelijk 3 à 4 weken
  • Max. levensduur: 1 jaar tot 16 maanden.
  • De jongen zijn na 25 dagen geslachtsrijp.
  • Een populatie veldmuizen kan in 3-6 jaar tot grote aantallen groeien. In het laatste jaar wordt een top bereikt, waarna de populatie instort en de cyclus weer opnieuw begint. Het aantal muizen in zo’n regelmatig terugkerend “veldmuisjaar” kan sterk verschillen.

Leefwijze:

De veldmuis is een uitstekende graver en leeft bij voorkeur in weilanden en in wegbermen. In éénlagige vegetatiestructuur is de veldmuis dominant. Ze eten graangewassen, bollen, aardappelen, kool, wortels en ook boomschors. Ze hebben hun schuilplaatsen ondergronds in zelf gegraven holen, meestal horizontaal maar soms ook loodrecht of schuin omlaag, tot wel 60 cm diepte. De nesten zitten op 15-30 cm en de holen hebben vaak een uitgebreid gangenstelsel. De uitgangen van de holen zijn open en bovengronds, met de voerplaatsen verbonden door looppaden. Aanvankelijk zijn deze looppaden verborgen onder plantengroei, maar als de veldmuizen later naar meer open terrein gaan, worden deze zichtbaar.

Sporen:

Holen, knaagschade aan bast aan de voet van jonge bomen, typische looppaden. De uitwerpselen zijn 4-8 mm lang en 2 mm dik en groenachtig. Deze zijn meestal te vinden rond de holen en bij “eetplaatsjes”.

Schade:

  • veldmuizen kunnen modderkoorts overbrengen; besmetting door beten of door contact met urine
  • ’s winters plaatselijk in schuren, bieten- en aardappelkuilen e.d.
  • in “veldmuisjaren” enorme schade in weilanden door ondermijnen van de grasmat of bouwlanden door knagerij; schade in boomgaarden kan zeer aanzienlijk zijn (ringen van bomen)

Wering:

  • voorkom dat er voor de veldmuis een geschikte leefomgeving ontstaat
  • grasmat kort en egaal houden, slootkanten schoonhouden en de begroeiing kort
  • zorg voor boomgaardafscheiding, bomenrij in zwarte grond. Valfruit, snoeihout e.d. verwijderen en bij windsingels bodembegroeiing kort

Bestrijding:

Veldmuizen zijn beschermd volgens de Flora- en Faunawet.